VOC verleden

Overal ter wereld heeft de Verenigde Oost-Indische Compagnie zijn sporen achtergelaten. Ook in Noord Holland. Nadat de Portugezen aan het einde van de vijftiende eeuw de zeeweg naar Azië hadden gevonden, onstond in Europa een bloeiende specerijenhandel. Koopvaarders uit belangrijke havenplaatsen als Hoorn, Enkhuizen en Amsterdam bevoeren alle Europese kusten en dreven overal handel. De vele rijke Zuid-Nederlandse kooplieden stimuleerden hun Noord-Nederlandse collega’s om de stap te wagen en de route naar de Oost te gaan verkennen. Zo geschiedde; de route ‘om de noord’ via de Noordpool bleek niet te bestaan. Op een noordelijke expeditie raakten Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck vast in het ijs en moesten op Nova Zembla overwinteren. Meer succes boekte Cornelis de Houtman, die in 1595 via Kaap de Goede Hoop het eiland Java had bereikt en in 1597 in Nederland terugkeerde. De thuiskomst van De Houtman had een enorme wedloop tot gevolg en in 1598 zeilde er maar liefst 22 Nederlandse schepen naar Azië. 

In 1602 werd de VOC opgericht. De compagnie ontwikkelde zich met vestigingen in Middelburg, Delft, Rotterdam, Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen en tientallen handelsposten in de Oost tot grootste handelsmaatschappij ter wereld. Met Hoorn en Enkhuizen als belangrijke havensteden lag het zwaartepunt van de VOC in het noorden van Holland. Hoorn werd de hoofdstad van West Friesland waardoor er kamers werden gevestigd van de VOC en de WIC (West-Indische Compagnie). Ook was er de standplaats voor de zetel van de Admiraliteit van het Hollands Noorderkwartier en de Gecommitteerde Raden van West-Friesland. De herinnering dat Hoorn eens een belangrijke koopmansstad was en een groot aandeel in de nationale welvaart had, is nog steeds zichtbaar door de vele historische overheidsgebouwen, oude pakhuizen en statige herenhuizen in de binnenstad.
Bij de plaatselijke VVV is een VOC stadswandeling, - vaarroute en - autoroute verkrijgbaar.